Meta over transparantie en bedreigingen in nieuwe rapporten

  • door
Meta komt met twee nieuwe rapporten over transparantie en dreigingen op internet.Meta komt met twee nieuwe rapporten over transparantie en dreigingen op internet.

Meta brengt twee rapporten uit met informatie over transparantie en desinformatienetwerken op hun platformen.

Meta, het moederbedrijf van onder meer Facebook en Instagram, brengt vandaag twee rapporten uit waarin het de activiteiten van het afgelopen half jaar schetst. Het eerste rapport staat in het teken van transparantie: welke gegevens deelde Meta met overheden? Wat ze doen met berichten die in strijd zijn met lokale wetten en welke maatstaven worden gehanteerd voor het verwijderen van content? In het tweede “threat” rapport gaat Meta over welke bedreigingen hun platformen teisterde en op welke manier ze daar komaf mee maakten.

Transparantierapport: Meta en de overheid

In het transparantierapport brengt Meta naar buiten hoe ze met de content op hun platformen omgaan. Meta deelt geregeld gebruikersinfo met overheden en komt nu ook met cijfers om aan te tonen hoe vaak dat gebeurt. Wat blijkt? In de eerste helft van 2022 kwamen er maar liefst 237.414 van zulke aanvragen binnen, een stijging van 10,5% percent ten opzichte van het tweede semester van 2021. Veruit de meeste aanvragen kwamen vanuit de Verenigde Staten, maar ook uit India, Duitsland, Brazilië, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk kwamen heel wat infovragen. Bovendien is er een lichte stijging in het aantal non-disclosure orders waarbij Meta de gebruiker niet mag waarschuwen dat hun data gedeeld wordt.

Wel zeggen ze bij Meta steeds goed na te gaan of de opgevraagde informatie wel verstrekt mag worden, ongeacht welke overheid de aanvraag indient. Daarvoor baseren ze zich zowel op lokale wetten als op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Als er informatie gedeeld wordt, is dat ook alleen de informatie die opgevraagd werd. Aanvragen die te breed zijn of niet aan de voorwaarden voldoen, worden volgens Meta consequent aangevochten.

Daarnaast publiceert Meta ook cijfers over internetstoringen die veroorzaakt worden door overheden. In de eerste helft van 2022 gebeurde dat zo’n 64 keren in maar liefst 15 landen. Uit die cijfers blijkt dat overheden in 2022 vaker het internet afschakelden dan in 2021: in de tweede jaarhelft vielen er toen slechts 38 storingen te rapporteren.

Transparantie: offline halen van posts

Af en toe moet Meta content offline halen. Het bedrijf doet dat sowieso als de content niet strookt met de richtlijnen van het platform. In sommige gevallen mag een post volgens Meta wél online komen, maar zijn er lokale wetten die de content verbieden. Meta haalt de post dan niet helemaal offline, maar verbergt die in bepaalde regio’s. In de eerste helft van 2022 gebeurde dat zo’n 89.368 keer: 75% vaker dan in het tweede semester van 2021.

Op Facebook en Twitter circuleert ook heel wat intellectueel eigendom dat eigenlijk niet zomaar online kan verschijnen. Ook die content probeert Meta te filteren. In de eerste helft van dit jaar werden maar liefst 4.790.449 posts offline gehaald. Meta werkt aan een website die tegen 2023 klaar moet zijn, en die meer duidelijkheid moet scheppen over hoe intellectueel eigendom beschermd wordt.

Dreigingen op sociale media

In het “Adversarial Threat Report” zet Meta uiteen welke dreigingen er op het platform precies tegengehouden werden. Concreet gaat het om drie netwerken die desinformatie verspreidden en die door Meta offline gehaald werden. Verschillende accounts en pagina’s werden dan ook van Facebook en Instagram gegooid omdat ze zich bezig hielden met “gecoördineerd, niet-authentiek gedrag”.

Van twee netwerken was eerder al geweten dat ze onrust stookten op het internet. In een blogpost van 27 september maakte Meta al bekend dat het een Chinees en een Russisch desinformatienetwerk had opgerold.

China

Meta haalde 81 Facebookaccounts, 8 pagina’s en één Facebookgroep offline die vanuit China opereerden. Uit Meta’s bevindingen blijkt dat dit netwerk niet meteen succesvol was: alle posts werden gemaakt tijdens de werkuren in China. Wat blijkt: het doelpubliek uit de Verenigde Staten en Tsjechië was dan helemaal niet online. Weinig mensen interacteerden dan ook met de posts. Voor de enkeling die wel op het Chinese netwerk reageerde, was ook vrij snel duidelijk dat het om valse informatie ging.

Rusland

Ook vanuit Rusland werd er een heus desinformatienetwerk op poten gezet. Meta verwijderde maar liefst 1.633 Facebookaccounts, een 700-tal pagina’s, een Facebookgroep en 29 Instagramaccounts. Het netwerk richtte zich duidelijk op West-Europese landen zoals Frankrijk, Duitsland en Italië. Ook gebruikers ook Oekraïne werden geviseerd door dit Russische netwerk. Dat is weinig verassend: zo goed als alle posts binnen dit netwerk gingen over de ‘militaire operatie’ in Oekraïne en de Westerse sancties die hierop volgden. De toon is telkens dezelfde: Rusland goed, het Westen slecht. Bovendien spendeerden de leden van dit netwerk zo’n 105.000 dollar aan het promoten van hun facebookposts.

Amerika

Na China en Rusland komt – hoe kan het ook anders? – De V.S. Met 39 accounts, 16 pagina’s en twee groepen op Facebook is het netwerk heel wat kleiner dan de vorige twee. Toch was de reikwijdte van dit netwerk niet gering: landen als Afghanistan, Algerije, Iran, Irak, Kazakhstan, Rusland, Somalië, Syrie en Oezbekistan behoorden tot de doelwitten van dit netwerk. Uit onderzoek bleek dat de posts niet bijzonder veel reactie uitlokten.

Opmerkelijk is dat Meta ook de identiteit van de personen achter het netwerk heeft kunnen achterhalen. De betrokken personen hadden er namelijk alles aan gedaan om dat te voorkomen. Volgens Meta hebben de personen achter het Amerikaanse netwerk banden met het Amerikaanse leger.

Belangrijk om te weten: geen van deze netwerken opereerde uitsluitend via Facebook of Instagram. Steeds was er ook activiteit na te sporen op andere sociale media, waaronder op Twitter. Ook platformen als VKontakte, Telegram en YouTube werden gebruikt om desinformatie te verspreiden. Zelfs websites als die van Avaaz en Change.org werden aangewend voor de desinformatiecampagnes.  


Kennisgeving: Voor dit product is een JavaScript vereist.

Bron: Techpulse.be