Coderen voor duurzaamheid

De nieuwe Call for Code van IBM mikt op oplossingen voor drie van de zeventien duurzaamheidsdoelen van de Verenigde Naties. De Nederlander Timo Wielink vertelt hoe zijn team in 2018 deze wereldwijde Tech-for-Good Challenge won met een communicatiesysteem dat inzetbaar is direct na een natuurramp.

Het Call for Code-initiatief bestaat nu voor het vierde jaar en is uitgegroeid tot een wedstrijd die meer dan 400.000 ontwikkelaars en probleemoplossers in 179 landen aantrekt en meer dan vijftienduizend aanvragen heeft opgeleverd. Alles met als doel onmiddellijke en blijvende humanitaire vooruitgang over de hele wereld te stimuleren door het creëren van praktische toepassingen die zijn gebouwd op software met open-sourceondersteuning, waaronder Red Hat OpenShift, IBM Cloud, IBM Watson, IBM Blockchain, atmosferische gegevens van IBM’s Weather Company, en ontwikkelaarsresources en API’s van partners als Intuit en New Relic.

De wedstrijd is een idee van David Clark Cause (het bedrijf van filantroop David Clark) en IBM, in samenwerking met de United Nations Human Rights en de Linux Foundation. Dit jaar ligt aan de deelnemers de vraag voor om ‘iets’ te ontwikkelen dat kan bijdragen aan de duurzaamheidsdoelen van de Verenigde Naties. Gekozen is voor ‘Einde aan honger, zorgen voor voedselzekerheid en duurzame landbouw’ (doel 2), ‘Schoon water en sanitaire voorzieningen voor iedereen’ (doel 6) en ‘Duurzame consumptie en productie’ (doel 12).

Starterskit

“Veel informatie over het doel van de VN en waarom het bijvoorbeeld nodig is schoon water en sanitaire voorzieningen te realiseren”

Alle deelnemers krijgen een starterskit aangereikt. Daarin middelen om deelnemende teams te helpen bij het gebruik van technologie om toepassingen te creëren voor één van de drie gekozen doelen. Onder meer veel informatie over het doel van de VN en waarom het bijvoorbeeld nodig is schoon water en sanitaire voorzieningen te realiseren, of de honger de wereld uit te helpen. Per doel is een idee aangegeven hoe technologie kan helpen het doel te bereiken. Puur als inspiratie: het staat de deelnemers vrij om een geheel eigen idee uit te werken.

Ook krijgen zij de beschikking over datasets die bruikbaar zijn; gegevens die openbaar beschikbaar zijn, bijvoorbeeld de EU Open Data Portal. Er staan voorbeelden van de architectuur die gebruikt zou kunnen worden, met onder meer Kubernetes, Watson Discovery en Cloudant. Ook hier kunnen de deelnemers hun eigen architectuur verzinnen. Voorwaarde is wel dat het opensource moet zijn.

Voorts veel documenten van hulporganisaties over de gestelde doelen. Op Github.com zijn de starterskits te vinden, evenals wie de deelnemers zijn.

Hackatons

Deelnemer aan de allereerste Call for Code (met het thema ‘Paraatheid bij natuurrampen en hulpverlening’) is Timo Wielink. Na de middelbare school vertrok hij voor een tussenjaar naar de VS. Hij nam er veel deel aan hackatons. ‘Zo heb ik een aantal vrienden leren kennen, die ook meededen. Een van hen kwam met het idee om aan de Call for Code mee te doen’, vertelt hij via Google Meet vanuit Mexico waar hij een fabriek bezoekt om te bekijken of het mogelijk is producten te maken voor Project Owl.

Zijn betrokkenheid bij de eerste, wereldwijde Tech-for-Good Challenge was overigens zijdelings. ‘Terwijl het team aan de slag ging, ben ik teruggegaan naar Amsterdam voor mijn opleiding softwareontwikkeling. Toen in 2019 bekend werd dat ons team winnaar was, ben ik meteen zo snel mogelijk naar Amerika gegaan om te helpen het project verder te brengen.’

Simpele oplossing

“De Call for Code heeft ons een bedrijf opgeleverd”

Project Owl richt zich op het mogelijk maken van communicatie in de eerste uren na een natuurramp. ‘Op dat moment zijn alle communicatievormen niet beschikbaar. Internet is er niet, telefoonlijnen zijn vernietigd. Bovendien zijn die gebieden dan vaak ook afgesneden van elektriciteit. Je moet dus een simpele oplossing maken. Een draadloos netwerk, met lora (een laag-vermogen wide-area netwerkmodulatietechniek – red.), zonnepaneeltjes, in een kastje. Plus een dashboard dat de berichten verzamelt. Overigens gaat het om simpele berichten als ‘wij hebben geen water’, ‘wij hebben honger’, ‘er zijn zieken’. Zeg maar sos-berichten. Je moet alles zo eenvoudig mogelijk houden’, vertelt Wielink.

De wedstrijd zelf duurde vier maanden, maar inmiddels werkt het zestal al een paar jaar aan vervolmaking van het systeem. ‘De Call for Code heeft ons een bedrijf opgeleverd. Wij zijn drukdoende om dit uit te bouwen. We zoeken natuurlijk fondsen, waarbij IBM ons al ruimhartig heeft bedeeld, en iemand die als een mentor kan dienen om de business-kant van een bedrijf draaien te verbeteren.’

Hij roemt de steun die hij van IBM heeft gekregen en van de opensourcebeweging. ‘Zonder de medewerking van de opensourcegemeenschap hadden we dit nooit voor elkaar gebokst.’

Project Owl heeft inmiddels in Puerto Rico een netwerk ingericht. ‘De natuurrampen doen zich vrijwel elk jaar voor, dus is het nodig om een permanente oplossing te maken. Wij hebben kastjes – ze heten DuckLink – aan lantaarnpalen en dergelijke. Wij zijn vier keer in Puerto Rico geweest. In 2019 hebben bijna dertig draadloze DuckLink-apparaten op zonne-energie geïnstalleerd over het hele eiland in gemeenschappen en op universiteiten. We hebben contact gelegd met de universiteit, zodat de studenten daar het netwerk kunnen onderhouden en uitbouwen.’

Het systeem is ingezet op tientallen locaties van de VS tot Europa, Azië en Australië. ‘We zijn gericht op innovatieve, kosteneffectieve technologie en blijven toegewijd aan het bouwen van nieuwe netwerkoplossingen voor de mensen, plaatsen en dingen die het het meest nodig hebben’, vult Wielink aan.

Muziekfestivals

Wielink vertelt in overleg te zijn met fabrieken om de productie op te schalen van honderd DuckLinks per jaar naar tienduizend. ‘En we zoeken ook andere afzetkanalen. We hebben wel kapitaal nodig om het bedrijf draaiende te houden. Onze techniek is bijvoorbeeld geschikt om in te zetten bij een groot muziekfestival met tienduizend bezoekers. Dan wil je ook meteen kunnen communiceren als iemand onwel is geworden. Het zou ook geschikt kunnen zijn voor een leger. En als we het uitrusten met sensoren, kun je het netwerk inzetten voor landbouw. Daar hebben we al ervaring mee. We gaan binnenkort in de VS weerballonnen oplaten om te zien of we van dorp tot dorp kunnen communiceren in plaats van nu van straat tot straat. We zijn volop in ontwikkeling.’

Wat begon als een ontwikkeluitdaging heeft geleid tot een bedrijf waar hij hoofd productontwikkeling is. ‘En dan ook nog eens een bedrijf met maatschappelijke invloed; wat wil ik nog meer?’

Bron: Computable