Visterin Verdiept: Welke sectoren digitaliseren?

Iets meer dan een derde van de Belgische ondernemingen is tijdens de coronacrisis sneller gaan digitaliseren. Alleen is er een groot verschil tussen sectoren onderling en tussen de grootte van de bedrijven in ons land. Want niet iedereen digitaliseert in hetzelfde tempo.

Dit alles blijkt uit het Skills Revolution-onderzoek dat hr-dienstverlener ManpowerGroup deze week bekendmaakte. In dat onderzoek – dat werd uitgevoerd bij meer dan 26.000 werkgevers in veertig landen waaronder België – analyseert ManpowerGroup de impact van de gezondheidscrisis op de digitalisering, automatisering en rekrutering. Het legt een tekort aan vaardigheden bloot in het licht van de uitdagingen op het vlak van digitalisering. Met deze trends.

1. Drie tot zeven jaar gewonnen

Van (samen)werken op afstand tot een groeiende vraag naar online-producten en -diensten: de coronapandemie heeft de digitalisering een boost gegeven. Volgens een onderzoek van McKinsey hebben Europese bedrijven drie jaar gewonnen qua digitalisering van klanteninteracties. Wat de ontwikkeling van digitale producten en diensten betreft, zou er zeven jaar versneld zijn ten opzichte van het groeiritme van de periode vóór corona. 

Het onderzoek van ManpowerGroup bevestigt deze trend. In België is 36 procent van de ondervraagde werkgevers tijdens de coronapandemie sneller gaan digitaliseren, terwijl slechts vijftien procent hun transformatieprojecten ‘on hold’ hebben gezet. Zowat de helft is aan hetzelfde tempo blijven digitaliseren.

2. Positieve impact op werkgelegenheid

Hebben deze veranderingen een negatieve invloed op de werkgelegenheid? Niet echt. Volgens ManpowerGroup is het aantal gecreëerde jobs groter dan het aantal verdwenen jobs. Net iets meer dan negentig procent van de Belgische werkgevers die hun processen (extra) automatiseren, is volgens het onderzoek van plan hun personeelsbestand uit te breiden of op peil te houden, vergeleken met slechts zes procent van de werkgevers die voornemens zijn hun digitaliseringsprojecten te vertragen of ‘on hold’ te zetten.

Toch dreigt er een ‘skill-kloof’. ‘De gezondheidscrisis heeft gezorgd voor een grotere polarisatie tussen zij die over de nodige vaardigheden beschikken en zij die er niet of onvoldoende over beschikken’, stelt Philippe Lacroix, managing director van ManpowerGroup, vast. 

3. Groot verschil qua omvang bedrijven

“Kleinere bedrijven hebben hun digitale projecten eerder opgeschort”

In België, net als in de veertig bevraagde landen, verschilt de versnelling van de digitale transformatie fors naargelang de omvang van de ondernemingen: de middelgrote (vijftig tot 250 werknemers) en grote (meer dan 250 werknemers) bedrijven zijn wat dat betreft slagvaardiger.  

Kleinere bedrijven daarentegen worden zwaarder getroffen door de crisis. Zij hebben hun digitale- en aanwervingsprojecten eerder opgeschort: zestien procent van de kleine ondernemingen (tien tot vijftig werknemers) en slechts elf procent van de microbedrijven (minder dan tien werknemers) hebben tijdens de coronacrisis meer kunnen investeren in de digitalisering.

4. Sectoren bouw, financiën en diensten voorop

De bouwsector is één van de bedrijfssectoren die twee keer zo hard gewerkt heeft aan digitalisering: uit de enquête bleek dat drie keer zoveel bedrijven hun digitale transformatieprojecten een boost hebben gegeven dan dat er bedrijven deze projecten ‘on hold’ hebben gezet (23 procent tegenover zeven procent). 

De trend is ook positief, zij het in mindere mate, in de sector financiën, verzekering, vastgoed en diensten (veertien procent tegenover zeven procent), terwijl er in de maakindustrie meer bedrijven een afwachtende houding hebben aangenomen wat hun transformatie betreft (21 procent tegenover 36 procent). In de retailsector is de balans, tot slot, in evenwicht. Het aantal bedrijven dat zich hier heeft geautomatiseerd, is gelijk aan het aantal dat zijn plannen in de koelkast heeft gestoken (een kwart).

5. Nieuwe businessmodellen broodnodig

Alle ondernemingen moeten nieuwe modellen vinden of moeten zichzelf opnieuw uitvinden, zo blijkt uit het onderzoek. ‘De kledingindustrie, die geconfronteerd werd met de sluiting van tal van verkooppunten, is bijvoorbeeld inventief geweest: online-presentaties en modeshows, producten uitproberen in augmented reality’, klinkt het. ‘E-commerce is geen randfenomeen meer en dat geldt voor alle sectoren: de online-uitgaven van de Belgen zijn tijdens de pandemie met een derde gestegen.’

6. De toekomst in een K

Hoe evolueert zich dat in de toekomst? Lacroix spreekt over een ‘een K-vormig herstel’ met twee snelheden. Bepaalde sectoren en individuen komen er sneller bovenop dan andere. Het gaat hierbij om de groeisectoren, met name in de technologie, digitale communicatie, logistiek, gezondheidszorg en consultancy. ‘Er is een grote vraag naar tal van profielen, of het nu gaat om projectmanagers, ingenieurs, data- of risicoanalisten, specialisten in digitale communicatie of it-professionals.’

Aan de andere kant van de K zijn er, volgens hem, sectoren en individuen die het risico lopen verder achterop te raken en achter te blijven. ‘Het gaat om ondernemingen die niet genoeg hebben geïnvesteerd in digitale technologie en om administratieve of laaggeschoolde profielen.’

Bron: Computable